Het nieuwe kabinet heeft in het recent gepresenteerde coalitieprogramma een opmerkelijk voorstel opgenomen: betaalde voetbalclubs kunnen voortaan financieel worden aangesproken wanneer politie moet ingrijpen bij incidenten rond wedstrijden. Deze maatregel, bedoeld om problemen zoals hooliganisme en ongeregeldheden terug te dringen. Deze maatregel zet de traditionele rollen van publieke en private veiligheid op scherp en heeft directe implicaties voor lokale beveiligingspraktijk.
In het akkoord van D66, CDA en VVD staat dat clubs die niet voldoende maatregelen nemen om ongeregeldheden te voorkomen, niet alleen meer verantwoordelijkheid krijgen voor het voorkomen ervan, maar mogelijk ook boetes moeten betalen wanneer de politie moet ingrijpen. Daarnaast moeten zij plannen opstellen voor een “sociaal veilig klimaat” als onderdeel van hun licentie-eisen.
De aanleiding voor dit voorstel ligt deels in recente incidenten rond wedstrijden. Een van deze incidenten was een Europees duel waar de Mobiele Eenheid moest ingrijpen nadat supporters uit België zonder kaartje met geweld een vak binnendrongen. De coalitiepartijen stellen dat voetbalfans én de samenleving te vaak de dupe zijn van hooliganisme in en om stadions en dat het huidige systeem waarbij de belastingbetaler opdraait voor extra politie-inzet onhoudbaar is.
De politievakbond ACP heeft al eerder gepleit dat voetbalclubs en organisatoren van evenementen zelf moeten bijdragen aan de kosten van extra politie-inzet. Volgens de bond worden extra momenten van politie-inzet nu grotendeels betaald uit belastinggeld, wat oneerlijk is tegenover andere groepen binnen de samenleving en de capaciteit van politie negatief beïnvloedt.
Tegenstanders waarschuwen echter dat dit soort financiële prikkels de onafhankelijkheid van politie-inzet kan ondermijnen. Burgemeesters en veiligheidsdeskundigen zien het risico dat beslissingen over inzet deels worden gestuurd door financiële belangen van clubs. Zij benadrukken dat openbare orde handhaving primair een taak van de overheid blijft, ongeacht wie financieel opdraait voor extra kosten.
Voor de securitysector betekent dit debat meer dan alleen discussies in Den Haag. Beveiligers op evenementen, stadions en publieke locaties moeten rekening houden met veranderende verwachtingen rond risico-management. Clubs zullen om hoge boetes te vermijden waarschijnlijk nog meer investeren in eigen beveiliging, toegangscontrole, crowd management en preventieve maatregelen. Tegelijkertijd kan de rol van externe beveiligers, stewards en gespecialiseerde teams groeien naarmate organisaties meer verantwoordelijkheden op zich nemen die voorheen vooral bij politie lagen.
Het voorstel zet een interessante tegenstelling bloot: enerzijds wil de politiek dat veiligheid rond evenementen efficiënter, doelmatiger en minder belastend voor de gemeenschap wordt georganiseerd; anderzijds moet worden voorkomen dat effectieve en onafhankelijk bepaalbare inzet van politie door financiële prikkels onder druk komt te staan.
Terwijl de Tweede Kamer deze voorstellen verder bespreekt, bereiden clubs, veiligheidsprofessionals en gemeenten zich voor op een toekomst waarin security niet alleen een operationele uitdaging is, maar ook een politieke en financiële uitdaging is.